← Table of contents
Kwan Yin

Note 36 — Over chineesch boeddhisme en chineesche kunst.

Reading edition

Tevens gaf Kwan Yin hem vier dienaren mede. De voornaamste van deze was een reusachtige aap, Sun Wu K’ung geheeten, die indertijd van een adept de diepste geheimen der esoterische leer had geleerd, en de zwarte kunst verstond, van gedaante kon verwisselen, en een onoverwinlijk wapen had, een gouden pilaar, die hij van den drakenkoning had gekregen. Deze aap—die het menschelijk hart symboliseert—was oorspronkelijk door den hemel geboren uit een rots, en had zich trouw toegelegd op de verreining der ziel, maar zijn apennatuur was altijd weer bovengekomen. Als hij de heiligste dingen hoorde kon hij niet nalaten, allerlei rare gezichten te trekken en de dolste grimassen te maken, en hij gebruikte zijn kunst alleen om er mede te pronken en grappen mede te vertoonen. Om van dezen lastigen apengeest af te komen had de opperste hemelgod Yü Ti hem in den hemel bij zich genomen, maar Sun Wu K’ung was er niet tevreden, omdat hij er geen groote rol speelde, totdat hem eindelijk werd opgedragen het veld der perzikken te bewaken. Daar deze de perzikken der onsterfelijkheid waren, was het een gewichtige taak; maar de aap, die altijd een aap bleef, eindigde met ze allen op te eten, omdat hij dol was op zoete perzikken. Toen leverde hij een groot gevecht met de hemelbewoners, die hem echter niet konden dooden, omdat de perzikken hem onsterfelijk hadden gemaakt. Ten laatste werd hij overwonnen door Shakyamuni, die hem op zijn hand zette en wegblies in een diepen afgrond, waar hij onder een rotsblok bleef gevangen. Zóo had hij daar al vijfhonderd jaar gelegen, zonder zich te kunnen verroeren, toen Kwan Yin—overal de reddende uit het noodlot, de vergeving van straf en het medelijden—hem kwam verlossen. Zij beloofde, dat hij later weer in den Hemel zou mogen terugkeeren, op voorwaarde, dat hij zijn schuld zou uitwisschen door Saan Tsang te helpen als dienaar op zijnen tocht naar het Westen om de soetra te vinden, die de zielen kon verlossen en naar Nirvana overvoeren. Sun Wu K’ung beloofde zijn best te doen, maar voor alle zekerheid, omdat hij nu eenmaal een aap was, deed zij hem nog een ijzeren band om het hoofd, die hem pijn kon doen zoodra zij eenige tooverwoorden uitsprak. De tweede dienaar was oorspronkelijk een kind van den westelijken Zee-Draken-Koning36, die wegens zonden uit den hemel verbannen was, en in de lucht zwevende als booze geest, levende van roof, een ellendig leven leidde. Ook hij werd door de medelijdende Kwan Yin bevrijd, op voorwaarde, dat zij hem in een wit paard zou veranderen, om den priester Saan Tsang als rijdier te dienen. Een derde was Chu Puh Kiai, ook oorspronkelijk een verbannen hemelling, die tot straf in een varken was veranderd, en eveneens door Kwan Yin werd gered, als hij Saan Tsang wilde volgen. De vierde was Sha Sang, een andere uitgedreven hemelling, die door Kwan Yin werd bekeerd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings