Note 29 — Over chineesch boeddhisme en chineesche kunst.
Reading edition
Toen zij haren tocht volbracht had, daalde Miao Sjen weder naar de aarde neder, waar haar lichaam door een geesten-tijger naar het heilig Cypressenwoud29 was gebracht, zoodat het niet vergaan kon. Zij ontwaakte als uit een droom, in haar oude lichaam. Maar de Gele Draak en de geestenkinderen kwamen haar in menschengedaante weêr te hulp, en geleidden haar naar een oud klooster op den berg Hiang Shan30. Koning Tsjoang was door den hoogsten hemelkoning gestraft met even-zooveel booze zweren als hij menschen in het klooster de Witte Musch had doen verbranden. Een oude priester zeide hem, dat alleen een poeder, gemaakt uit de linkerhand en het linkeroog van een zijner kinderen, hem kon redden. Zijne twee dochters wilden zich niet opofferen, en hij zou onder de vreeselijkste pijnen gestorven zijn, als Miao Sjen niet van zijne ziekte had gehoord. Zij had vóor dien tijd al eens haar lichaam aan een hongerigen tijger aangeboden31, om diens leven te redden, en het was een heel kleine opoffering voor haar, haar linkeroog en linkerhand te geven voor haar vader. En hierin ligt, geloof ik, een van de oorzaken van de populariteit van Kwan Yin. De Hiao toch, de liefde voor de ouders, is de voornaamste hoofddeugd van de chineezen, door Confucius overal verheven, en hier doet een Boeddha een allerschoonste daad van Hiao, door zichzelf te verminken, om haren vader te redden. Toen linkerhand en oog niet genoeg waren gaf zij ook nog de rechter.