Note 2 — Het toilet der Gratiën.
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel zij geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue Coquenard2 heet. Ofschoon de afstand tusschen de rue Coquenard en de rue de Provence slechts tien minuten bedraagt, had zij toch zeven à acht jaar noodig gehad om dien weg af te leggen. Haar voorspoed was toegenomen in denzelfden mate als haar schoonheid afgenomen was. Zoo had zij op den dag, dat zij haar eersten valschen tand liet inzetten, één paard, en den dag, dat zij een tweeden een buurman gaf, twee paarden. Thans leefde zij op zeer grooten voet, woonde in een paleis, gaf op de wedrennen te Longchamp de mode aan en organiseerde bals, waarop geheel Parijs tegenwoordig was, d.w.z. het geheele Parijs van die dames: de nietsdoende hovelingen van de lichtzinnigheid en van het schandaal, de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige hoofden rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen; de bravi der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige orden, die geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en waar zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al die Eva’s-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het voorhoofd en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste viooltjes der lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al die menschen, welke de couranten tout Paris noemen, verkeerden in de salons van mademoiselle Dolorès, de meesteres van de bovenbedoelde papegaai.