Note 5 — Het toilet der Gratiën.
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel door de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest zag komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters en verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg,5 een leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve vingers, die den arme nog doet rillen aan het hoekje van zijn haard, waarin de laatste vonken van zijn laatste houtblok reeds lang uitgedoofd zijn. Zoele koeltjes golfden door de heldere atmospheer en droegen de eerste geuren der naburige velden naar de stad. De heldere, warme zonnestralen klopten tegen de vensterruiten en zeiden tot den zieke: „Doe open, wij zijn de gezondheid!” en tot het meisje, dat in haar dakkamertje voor haar spiegel staat, die onschuldige eerste liefde der onschuldigen: „Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen; wij zijn de lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken, je stroohoed opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de grasperken, waarop gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen, en reeds lokken de violen ten dans. Gegroet, gij schoone!”