← Table of contents
Kunstenaarsleven te Parijs

Note 1 — De witte viooltjes.

Willem Jacob Aarland Roldanus translation

Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend was door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang verblijf te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester in de provincie geworden was. Rodolphe, aan wiens wieg de verkwisting als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier dagen rond; en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van elegisch dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand van die manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der Voorzienigheid druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen verschrikkingen; hij bracht dien vroolijk door dank zij een stoïsche matigheid en de schatten der phantasie, die hij dagelijks uitgaf, om den eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een einde maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de rue Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het hôtel de l’Eminence grise heette, omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van Richelieu, daar gewoond zou hebben. Rodolphe woonde op de bovenste verdieping van dat huis, een der hoogste van Parijs. Zijn kamer, een soort belvédère, was in den zomer een heerlijke verblijfplaats; maar van October tot April was het een klein Kamschatka. De vier hoofdwinden, die door de vier vensters drongen, kwamen er gedurende den geheelen winter de meest woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie zag men er nog een grooten schoorsteen, waarvan de groote opening een eerepoort scheen te zijn voor Borreas1 en zijn gevolg. Dadelijk bij het intreden van de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen tot een bijzonder verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige meubelen, die hij bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop van acht dagen was zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield niet meer dan zijn bed en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog gebiedt te zeggen, dat die meubelen van ijzer waren en dus van nature tegen brand verzekerd waren. Rodolphe had voor dit verwarmingsstelsel den naam: „verhuizen door den schoorsteen” uitgedacht.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings