← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 36 — HOOFDSTUK I.—INLEIDING.

Reading edition

Het eerste deel van dit werk der kritiek is dus zuiver negatief, het tweede deel positief, zover het de s. o. a pr. der „ervaring”, der objectieve wetenschappen, en daardoor deze zelf, grondvest. Het heeft echter tevens middellik weer een niet minder belangrijke negatieve strekking, die wij zo aanstonds zullen aanwijzen. Kant heeft namelik een principieel mogelike kennisbron voor s. o. a pr. ontdekt in de kennisvorm, de geesteswettelikheid van het kennisvermogen zelf, die alle „kennen”, berustend op waarnemen en denken, dus alle „Erfahrung” (= „ervaringswetenschap”) eerst mogelik maakt. De daarop steunende synthetiese oordelen gelden dan echter eo ipso wel a priori, bij voorbaat, maar uitsluitend ten aanzien van alle betrokken kennisinhoud, van „mögliche Erfahrung”.36 Indirekt verkrijgt dan dit positieve deel, dat als grondvesting der wetenschappen van eminent kennistheoreties belang is, weer deze voor de metaphysica allergewichtigste strekking, als „formeel” of „transcendentaal” idealisme de afwijzing mee te brengen van dogmaties-verdubbelend vorm-realisme, daardoor de weerlegging te leveren van het „transcendentaal realisme”.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings