Note 19 — HOOFDSTUK I.—INLEIDING.
Reading edition
Hoe kan, hoe wil de natuurkunde, die fiere, exakte, zegevierende wetenschap, deze haar grondstellingen, en vooral het causaliteitsbeginsel, dit fundament aller inductie, zonder ’t welk zij geen stap zou kunnen doen, rechtvaardigen?19 Door inductie? Maar de mogelikheid aller inductie berust op de causaliteit. Ook onze met de mond anti-causalistiese empiristen en positivisten geven aan het a priori alleen een andere naam: „Gelijkvormigheid van het Natuurverloop”, „functionele afhankelikheid”… en menen, dat het dan verdwenen is. Zij noemen de grond waarop zij gaan „lucht”… en wanen te vliegen!—Zij allen zijn overtuigd, gelijk elk van u, m’n lezers … dat geen enkele verandering geschiedt—zonder oorzaak,—zonder iets voorafgaands, waarop ze noodwendig volgt. En dat geen waarneming, nog zo vaak herhaald, ons ooit „causaal verband”, noodwendig samengaan, levert, daaraan twijfelt, al sinds Hume, toch wel geen denkende geest meer.20