← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 30 — HOOFDSTUK I.—INLEIDING.

Reading edition

Als Kant het probleem der kennisleer ook aldus stelt: „Wie ist Erfahrung möglich?” bedoelt hij allerminst de diepzinnige lekenvraag: „Hoe is waarneming, individuele ondervinding, mogelik?”, maar niets meer en niets minder dan zijn kritiese grondvraag zelf: „Hoe zijn synthetiese oordelen a priori mogelik?”, aangezien de „Erfahrung”, wel te verstaan: de algemeen-geldige „objectieve” wetenschap, slechts drieërlei oordelen bevat: de analytiese, de synthetiese a posteriori en de synthetiese a priori, waarvan uitsluitend de laatste het kennistheoreties probleem opleveren, immers de vraag uitlokken, op welke mogelike gegevens zij logieserwijze berusten, daar, per definitionem, de oordelen a posteriori zich houden aan het gegevene, het onmiddellik „ervarene”, „empiriese”, en de analytiese niets meer bevatten, dan wat in het gegevene logies ligt opgesloten.—Vgk. Proleg. § 5 en noot 1, p. 4. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings