Note 3 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSVORM.
Reading edition
Om de ruimte als „vorm” van waarneming te doen begrijpen begin ik maar weer met vergelijking uit het gebied der kleuren en klanken, daar hier tenminste de „subjectiviteit” (het bestaan uitsluitend door en voor de waarneming) sinds lang (in theorie altans!) gemeen-goed is van wetenschap en beschaving3. Ik begin met deze vergelijking o.a. omdat Kant haar uitdrukkelik ongeoorloofd verklaart, p. 56, en om dus meteen eventuele vrees voor slaafse Kant-napraterij te sussen. En Kantmisduiding is hier niet in ’t spel. Immers, Kant’s verbod is een (volkomen verklaarbare) vergissing gebleken4 (vgl. Heymans, G. u. El. p. 226), gelijk de psychologie sinds ook heeft bewezen, dat de ruimte geenszins „vorm” van heel ons waarnemingsvermogen, als zodanig, maar enkel van één (volgens anderen twee) bepaalde zin(nen) kan zijn. Het is waar,—gelocaliseerd, ruimtelik, is de inhoud al onzer gewaarwordingen, maar we weten tans dat b.v. smaak, geur, geluid, ja zelfs—naar de grote ontdekking van de geniale jonge Berkeley in zijn „New Theory of Vision”—al wat we zien,—oorspronkelik onruimtelik is, slechts met behulp van qualitatieve verschillen, die we als ruimtelikheids-symbolen („locaaltekens”) leren duiden, wordt gelocaliseerd5. De ruimte kan dus in elk geval slechts de vorm zijn van de ruimtezin(nen), welke dat dan ook zij(n).