Note 1 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSVORM.
Reading edition
Indien nu onze waarnemingen gevolg zijn van de inwerking van het van ons onafhankelik Zijnde op onze geest, dan zal hun aard, hun hoedanigheid mede door de aard van onze geest worden bepaald, i.c. van ons waarnemingsvermogen („Sinnlichkeit”). „Wanneer, zooals wij moeten aannemen, onze ervaring een product is van de inwerking der dingen1 op onzen geest, dan ligt het in den aard der zaak, dat haar inhoud wordt bepaald door de eigenschappen van de dingen en van den geest gezamenlijk. Of, nog wat nauwkeuriger, haar algemeen karakter zal van de eigenschappen van den geest, hare concreete bepaaldheid in ieder bizonder geval van die der dingen afhankelijk zijn. Noemen wij nu, naar eene voor de hand liggende analogie met vorm en inhoud der in een vat besloten vloeistof, het eerste den vorm, het tweede den inhoud der ervaring, dan moet blijkbaar de aanwezigheid der vormbepalende factoren in den geest aan die der ervaringsgegevens voorafgaan, wanneer ook de eerste niet dan naar aanleiding van de tweede tot bewustzijn komen.” Heymans, C. p. 185.