← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 34 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.

Reading edition

Ieder uwer heeft zonder moeite een „Ander-ik” gedacht, nu ik het noemde (b.v. een van zijn kennissen) en daarbij geenszins de zonderlinge waan gehad, dat het bestaan van dit andere Subjekt afhankelik zou zijn van … dit gedacht worden door u of mij!—’t Wordt waarlik tijd, dat die diepzinnige Fichteaanse vraag, „of iets dat niet gedacht is, iets anders dan een gedachte, gedacht kan worden”… uit de kennisleerbetogen verdwijne.—Ze berust geheel op de dubbelzinnigheid van „iets denken”… waar „iets” 1°. prolepties de gedachte zelf kan betekenen, 2°. het in overweging genomen „bedoelde”, „voorgestelde” „voorwerp” of „onderwerp” van ’t denken. Dit „bedoelen” of „meinen” is dus volstrekt geen nieuwe vinding, die Kant „verbetert” (aldus Thiele c.s.) maar zuiver Kants.—En wie ook de gewaarwordingen zelf, het waarnemingsmateriaal, tot „gedachten” maakt en de waarnemingsvormen (de ruimte b.v.) tot „kategorieën” (Cohen) heeft met dit Intellectualisme Kant’s leer ten grondigste bedorven.34

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings