Note 25 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.
Reading edition
Wat betekent nu „objectief” (b.v. objectief wit krijt!) en wat is de kennistheoretiese betekenis der objecten (de ruimtelike „dingen”, „voorwerpen” als tafels, bergen, planten, mens- en dierlijven, dus de objecten aller natuurwetenschappen, de natuur)? Te zeggen is het met één enkel woord: ze zijn „Erscheinungen”, „Phaenomena”25 (17). De duidelike omschrijving, de nauwkeurige formulering is minder gemakkelik. We kunnen zeggen: een object is een denkbeeldig (dus abstract) (18) samenstel („systeem”, „synthese”) van mogelike gewaarwordingsinhouden, mogelik (resp. noodwendig, bij vervulling der waarnemingsvoorwaarden) voor een denkbeeldig universeel subject met soortgelijke (doch ideaal ontwikkelde) zinnen als de onze, mogelik dus ten dele (resp. noodwendig op bepaalde voorwaarden) voor elk subject als gij en ik.