← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 12 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.

Reading edition

Men drukt dit vaak onnauwkeurig en verwarrend aldus uit: zonder oog geen licht, zonder oor geen geluid, enz.—Die schijnbaar nietige, maar echt naturalistiese, fout heeft al heel wat verwarring en onheil aangericht. Immers, dat oog kijkt niet, een oor, dat zou moeten horen heeft (in dubbele zin) geen zin,—zien, horen, proeven, in één woord: „gewaarworden” is slechts eigen aan, een „functie”, een verrichting, een belevenis van … een Subject, dat weten we nu ééns en voor goed—al waren er honderd ogen en geen ziend Subject,—er ware geen licht enz. (12)—Dus: zonder Subject noch licht noch duister, klank noch kleur of geur. Dit alles „weet” tegenwoordig iedereen, maar is ook ieder zich daarvan bewust, doordrongen van de strekking en betekenis? Heeft men wel ooit overwogen, dat dus het gezichtsvermogen alléén alle lichten van hemel en aarde ontsteekt, dat alléén de gehoorzin al luisterend de wereld vervult van geluid? Dat er in concreto, in werkelikheid, geen ongezien licht bestaat? Was ik het eerstgeborene Subject, dan zou er vóór mij noch duisternis noch licht, geen kleur noch toon ter wereld hebben bestaan.12 Maar—zo denkt de door natuurwetenschap verlichte lezer … zo er al geen „licht” was, er was toch de „oorzaak” aller lichtgewaarwordingen,—er was toch trillende aether,—en zo al geen klank, dan toch golvende lucht,—de „materie”, de stof, met haar onvergankelike kleinste deeltjes wentelde, wervelde, wemelde van eeuwigheid her in de eindeloze Ruimte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings