Note 4 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.
Reading edition
Met fijne ironie laat Berkeley in de eerste van zijn Three Dialogues between Hylas and Philonous, p. 273, zijn Hylas tegenover de: „sound in the common acceptation of the word” gewagen van „sound in the real and philosophic sense”, te weten: luchttrilling! Waarop de leuke vraag van Philonous volgt: „‚Tell me, Hylas, to which of the senses, think you, the idea of motion belongs? to the hearing?’
„Hyl.: ‚No, certainly; but to the sight and touch.’
„Phil.: ‚Should follow then, that, according to you, real sounds may possibly be seen or felt, but never heard.’ ”
(Als Hylas spreekt in 1910 Dr. P. Häberlin, Wissenschaft und Philosophie, I: 337).
Het valt moeilik, hier met citeren op te houden. Mocht toch „de goede Berkeley” gelezen en begrepen, dus genoten en bereikt worden, in plaats van beschoolmeesterd,—naar de karikaturen, die de traditionele filosofiegeschiedenissen, even hoog zich boven Berkeley verheven wanend, als diep beneden hem blijvend, plegen te geven uit de zoveelste hand.
Berkeley blijft met Collier (die niet eens bespot, enkel doodgezwegen wordt) de ontdekker en betoger der object-immanentie. Zij hebben het materie-realisme, gemeen aan dualistiese theologen en antitheologiese materialisten, eerst levensgevaarlik gewond. Kant geeft het de genadeslag. ↑