← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 33 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.

Reading edition

Ten onzent schrijft b.v. de heer P. J. Grotegast, Levensleer 1906, p. 70: „Het is een feit van waarneming dat de ziel met een ijlen subtielen band aan het slapende lichaam verbonden blijft”.—Deze spiritistiese heer praat ook van de „aangeboren [!] denkvormen [!] Ruimte en Tijd”, van „uit het stofkleed gescheiden zielen”, die zich naar „eene Denkwereld” oftewel „de intelligibele sfeer, het transcendente gebied”, alias „een Schimmenrijk” begeven, ja van „dit kortstondig leven als slechts eene episode van het veel grootere onbegrensde transcendentale [sic] leven”, van „het droomende wezen, waar de categorieën buiten werking zijn gesteld” enz. Arme Kant, die zijn termen aan zulk een milieu, aan zulk een zaak moet lenen, sinds een du Prel zijn „transcendentale Physik” en „transcendentale Psychologie”, ja zelfs zijn „transcendentaal Darwinisme” heeft uitgevonden, met een „intelligibele [d.w.z. spiritistiese!] Welt” en „transcendentale” Subjecten. Op p. 74 staat: „Voorbeelden dat paarden en honden spoken en verschijningen zien zijn er te over”! En dan zijn er nog mensen, die spokenwaarneming durven loochenen! Vgk. opm. 32. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings