← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

Note 29 — DE DOGMATIESE VERDUBBELING VAN DE GEWAARWORDINGSINHOUD.

Reading edition

„Ding” of „Sache” is hier een door Kant al even ongelukkig gekozen woord als: „Object-an-sich” of zelfs „transcendentales Object”; wel sluiten deze woorden aan bij het gewone naieve spraakgebruik, dat ook met de wereld der „dingen”, der „objecten”, bedoelt het van de geest onafhankelik gedacht bestaande. De inhoud dier begrippen komt dus vrij wel overeen, bij Kant en bij het naief (transcendentaal) realisme, maar heel de omvang, die ze hier hebben, wordt door Kant, door de kritiek, terecht buitengesloten. Vandaar een hopeloze verwarring. Want bij „ding” en „objekt” stelt nu eenmaal ieder zich de „empiriese realiteit” met haar phaenomenale eigenschappen voor!—Zo wordt dan ook heel Kant’s kennisleer voortdurend vermaterialiseerd doordat men van de „Gegenstände, die unsere Sinne rühren”… stoffelike voorwerpen maakt … en dan van de zinnen … zintuigen. Voorbeeld ten onzent A. Pierson, Wijsgeerig Onderzoek, 1882, p. 48 s. „‚Die Gegenstände rühren unsere Sinne’. Het is natuurlijk [!] een geheel materieele schok, dien de zintuigen—Kant schrijft: zinnen—ondervinden, want hij, die de zintuigen heeft, weet nog niet, dat het voorwerpen zijn [later zegt P. uitdrukkelik: „stoffelijke voorwerpen”!], die zijne organen op eenigerlei wijze aandoen.” (Overgenomen, zonder kritiek, door Dr. P. H. Ritter in zijn m.i. mislukte Heymans-imitatie, de „Schets eener critische [?] geschiedenis van het Substantiebegrip in de nieuwere wijsbegeerte” p. 265 s.). ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings