Note 12 — Hoofdstuk VII: De reis van Maeldūn.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Zij traden in vrede het huis binnen en hartelijk werden zij verwelkomd en zij werden in nieuwe gewaden gedost. En toen deden zij het verhaal van al de wonderen, die God hun had laten zien, overeenkomstig de woorden van den “heiligen dichter,” die zeide, Haec olim meminisse juvabit12.