Note 6 — Hoofdstuk VII: De reis van Maeldūn.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Hier komen wij tot een van de uitvoerigst beschreven en schilderachtigste van al de reisgebeurtenissen. Op het eiland dat zij nu bereikten was een sterkte met een metalen deur en een glazen brug leidde er heen. Toen zij over de brug wilden gaan, wierp deze hen terug.6 Een vrouw kwam uit de sterkte met een emmer in de hand, zij lichtte een glazen plaat van de brug, liet haar emmer neer in het water er onder en keerde naar de sterkte terug. Zij sloegen op den metalen slagboom voor hen om toegang te krijgen, maar het geluid door het metaal voortgebracht deed hen tot den volgenden morgen in slaap vallen. Dit herhaalde zich driemaal en de vrouw hield telkens een ironische toespraak over Maeldūn. Den vierden dag echter kwam zij hun tegemoet over de brug, met een witten mantel om, een gouden band om het haar, zilveren sandalen aan de rose voeten en een hemd van zeer dunne zijde op het lijf.