Note 4 — Hoofdstuk VII: De reis van Maeldūn.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Een groot vlak eiland; het lot bepaalde dat Germān en Diuran dat het eerst zouden onderzoeken. Zij vonden een groote groene renbaan, waarop de afdrukken waren van paardenhoeven, elk zoo groot als het zeil van een schip, en er lagen basten van noten van reusachtige afmetingen en veel buit. Bevreesd scheepten zij zich weer ijlings in en van uit zee zagen zij een wedren aan den gang en hoorden zij een groote menigte schreeuwen, het witte of het bruine paard toejuichend, en zij zagen de reuzenpaarden loopen, vlugger dan de wind.4 Zij roeiden weg zoo snel zij konden, meenend dat zij een verzameling demonen hadden gezien.