Note 1 — Hoofdstuk VII: De reis van Maeldūn.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Een poos later was Maeldūn toevallig met een troep jonge krijgslieden samen, die op het kerkhof van de vernielde kerk van Doocloone steenen wilden gooien. Maeldūn had, terwijl hij een steen oplichtte, den voet geplant op een verschroeiden en zwarten zandsteen; en een monnik, Briccne1 geheeten, die er bij stond, zeide tot hem: “Het ware beter dat gij den man wreektet die hier verbrand werd, dan steenen te werpen over zijn verbrande beenderen.”