Note 14 — Hoofdstuk VI: Verhalen uit den Cyclus van Ossian.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Buiten het prieel gekomen smeekte hij Grania andermaal terug te keeren. “Ik zal zeker niet terug gaan,” zegt Grania, “of van u scheiden voordat de dood ons scheidt.” “Dan, vooruit, o Grania”, zegt Dermot. Na een mijl te hebben afgelegd zegt Grania: “Ik ben heusch moede, o kleinzoon van Dyna.” “Het is het geschikte oogenblik om moede te zijn”, zegt Dermot, die een laatste poging doet om uit de klem te raken, “en nu weer naar uw huishouding terug te gaan, want ik verklaar als echt krijgsman dat ik in der eeuwigheid niet u of een andere vrouw zal dragen.” “Dat is niet noodig,” zegt Grania en zij wijst hem aan waar hij paarden en een wagen vinden kan, en Dermot, zich ten slotte in het onvermijdelijke schikkend, spant de paarden in en zij slaan den weg in naar de wadde van Luan aan de Shannon.14