← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 12 — Hoofdstuk VI: Verhalen uit den Cyclus van Ossian.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

In de Oisīn-dialogen12 is veel ruwe scherts en onrijpe theologie, meer overeenkomstig die van een Engelsch mysteriespel dan eenig mij bekend Keltisch geschrift. St. Patrick is, zooals Nutt opmerkt, in deze balladen “een knorrige en domme dweper die het vervelend eentonig steeds heeft over de verdoemenis van Finn en zijn makkers; een hardvochtig meester voor den armen ouden blinden reus dien hij voedsel misgunt en tegen wien hij minne streken uithaalt om hem door angst tot het Christendom te drijven”. Nu bevat het “Gesprek” hiervan niets. Keelta wordt Christen met heel zijn hart en volkomen overgave en aan de vrienden en metgezellen van zijn jeugd wordt verlossing niet ontzegd. Zelfs verzekert Patrick Keelta van de verlossing van verscheidene hunner, o.a. van Finn zelf. Een van het Danaansche volk, die bard is geweest bij de Fianna, bracht Patrick in verrukking met zijn zangen. Brogan, de schrijver dien St. Patrick gebruikt om de Fian-legenden op te teekenen zegt: “Indien er muziek is in den hemel, waarom zou ze niet op aarde zijn? Daarom is het ook niet goed de zangen van de minstreels te weren”. Patrick antwoordde: “Zoo iets zeg ik dan ook niet” en inderdaad den minstreel wordt de hemel beloofd voor zijn kunst.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings