Note 11 — Hoofdstuk VI: Verhalen uit den Cyclus van Ossian.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Zij gaan samen, de krijgsman en de heilige, als Patrick naar Tara reist, en telkens wanneer Patrick of een ander van het gezelschap een heuvel, of een sterkte, of een bron ziet, vraagt hij Keelta wat het is, en Keelta zegt dan den naam en vertelt een Fian-legende om die te verklaren, en aldus voert de geschiedenis door een massa legenden, tot dat men een troep uit Tara ontmoet, met den koning aan het hoofd, die nu de rol van vrager op zich neemt. Het “Gesprek”, zooals wij het nu voor ons hebben, breekt plotseling af, waar het verhaal hoe de Lia Fail uit Ierland werd gehaald, zal beginnen11. De beteekenis van het “Gesprek” ligt in de verhalen van Keelta en de gedichten in den loop er van ingevoegd. Er zijn ongeveer een honderdtal vertellingen, die handelen over strooptochten en veldslagen, minnarijen en festijnen van de Fians, maar het grootste aantal heeft betrekking op het verkeer tusschen het Toovervolk en de Fianna. Tusschen de Fianna en dat volk bestaan voortdurend betrekkingen zoowel van liefde als van oorlog. Sommige der verhalen zijn zeer uitgebreid en bewerkt in den verhevensten stijl, waartoe de schrijver in staat was. Een van de beste is dat van de toover-Brugh, of verblijf van Slievenamon, die Patrick en Keelta toevallig voorbijgaan, en waarvan Keelta de volgende geschiedenis vertelt.