Note 8 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Op zekeren dag, toen de tijd voor het huwelijk van Deirdre en Conor naderde, keken Deirdre en Levarcam over de wallen van hun dūn. Het was winter, een heftige sneeuwstorm had ’s nachts gewoed, en in de stille, vriezende lucht stonden de boomen in zilver gehuld, en de grasvlakte vóór de dūn was een kleed van onafgebroken wit, behalve dat op één plek een der bedienden een kalf had geslacht waarvan het bloed op de sneeuw lag. Toen nu Deirdre naar buiten keek, daalde een raaf af van een nabijstaande boom en begon het bloed op te likken. “Ach voedster,” riep Deirdre plotseling uit, “ik zou eer dan den koning een man kunnen liefhebben, met haar zoo zwart als de vleugels van de raaf, en met kaken, rood gekleurd als bloed, en met een huid zoo wit als sneeuw.” “Gij hebt iemand uit de omgeving van Conor geschilderd,” zeide de voedster. “Wie is het?” vroeg Deirdre. “Het is Naisi, de zoon van Usna,8 één der Kampioenen van den Rooden Tak,” zeide de voedster. Daarop smeekte Deirdre Levarcam, haar in de gelegenheid te stellen, met Naisi te spreken; en daar de oude vrouw Deirdre liefhad en niet wenschte, dat zij met een ouden koning zoude huwen, stemde zij er eindelijk in toe. Deirdre smeekte Naisi haar voor Conor te redden, maar hij wilde niet, totdat hij ten slotte gewonnen werd door haar smeekingen en haar schoonheid, en hij beloofde dat zij de zijne zou zijn. Daarop kwam hij op zekeren nacht heimelijk met zijn twee broeders, Ardan en Ainlé, en voerde hij Deirdre met Levarcam weg, zij ontkwamen aan de vervolging des konings en gingen scheep naar Schotland, waar Naisi dienst nam onder den koning der Picten. Doch hier konden zij niet blijven, immers de koning kreeg Deirdre te zien, en zou haar van Naisi hebben weggenomen, maar Naisi en zijn broeders ontsnapten en vestigden zich in de eenzaamheid van den Bergpas Etive aan het meer, en woonden daar in het woeste bosch van de jacht en de visscherij, zonder met iemand in aanraking te komen dan met elkander en hun bedienden.