Note 34 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
De dood van Ket wordt verhaald in de “Geschiedenis van Ierland” door Keating. Toen hij van een strooptocht in Ulster terugkeerde, werd hij overvallen door Conall op een plaats, de wadde van Ket genoemd, en zij vochten lang en wanhopig. Ten slotte werd Ket verslagen, maar Conall van de Overwinningen was er niet beter aan toe, en lag ter neder op het punt van dood te bloeden, toen een andere kampioen van Connacht, Beälcu34 genaamd, hem vond liggen. “Dood mij,” zeide Conall tot hem, “opdat men niet kan zeggen, dat ik viel door één man uit Connacht.” Maar Beälchu zeide: “Ik zal iemand niet dooden, die op het punt is te sterven, maar ik zal u naar huis brengen, en genezen, en zoodra gij uw kracht hebt teruggekregen, zult gij met mij in een tweegevecht strijden.” Daarop legde Beälchu Conall op een draagbaar, en bracht hem naar huis, en liet hem verzorgen, totdat zijn wonden genezen waren. Maar toen de drie zonen van Beälchu zagen, hoe sterk de de kampioen van Ulster was in zijn volle kracht, besloten zij hem te vermoorden, voordat het gevecht zou plaats hebben. Doch door een krijgslist wist Conall te bewerken, dat zij in plaats daarvan hun eigen vader doodden; en daarna ging hij als overwinnaar zooals hij gewoon was, naar Ulster, terwijl hij de hoofden der drie zonen medenam.