Note 27 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
“Geef mij dan op,” zeide Fand daarop. Maar Emer sprak: “Neen, het is beter dat ik de verlatene ben.” “Niet alzoo,” zeide Fand, “ik ben het, die moet heengaan.” En de behoefte tot weeklagen overviel Fand, en haar ziel in haar was groot, want het was voor haar een schande verlaten te worden en weer regelrecht naar huis terug te keeren; bovendien was in haar hart een onstuimige liefde voor Cuchulain.27