← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 23 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Nu de vloek van hen was afgenomen, stroomden de mannen van Ulster verheugd op de oproeping toe, en iedereen was bezig speren en zwaarden te slijpen, en de wapenrusting aan te trekken en strijdwagens in te spannen voor het te velde trekken der mannen van Ulster. Eén legerafdeeling kwam onder koning Conor en Keltchar, den zoon van Uthecar Hornskin, uit Emania naar het zuiden en een andere kwam uit het westen juist op het spoor van het leger van Maev. En de troep van Conor stootte op honderd zestig man van Erin in Maeth, die een grooten buit van vrouwelijke gevangenen medevoerden, en zij versloegen ieder der honderd zestig man en bevrijdden de vrouwen. Daarop trok Maev met haar leger terug op Connacht, maar toen zij Slemon Midi, den Heuvel van Slane, in Meath, bereikt hadden, vereenigden zich daar de troepen uit Ulster en maakten zich gereed slag te leveren. Maev zond haar boodschapper mac Roth uit, om het leger van Ulster op de Vlakte van Garach gade te slaan en daaromtrent verslag te doen. Mac Roth kwam terug met een angstwekkende beschrijving van wat hij gezien had. Bij den eersten blik zag hij de vlakte overdekt met herten en andere wilde dieren. Deze waren, zoo verklaart Fergus, uit de bosschen verjaagd door de naderende troepen der mannen van Ulster. Toen hij hen den tweeden keer gadesloeg, zag hij een nevel over de valleien, waar boven de toppen der heuvels als eilanden uitstaken. Uit dien nevel kwamen donderslagen en bliksemschichten te voorschijn, en een storm wierp hem bijna ter neder. “Wat beteekent dit?” vraagt Maev, en Fergus vertelt haar, dat de nevel afkomstig is van de diep ademende krijgslieden op hun marsch, en het licht de flikkering van hun oogen, en de donder het geratel hunner strijdwagens en het gekletter hunner wapenen, als zij ten strijde trokken: “Zij meenen, dat zij dien nooit zullen bereiken,” zegt Fergus. “Wij hebben krijgslieden om hen te bestrijden,” zegt Maev. “Gij zult die noodig hebben,” antwoordt Fergus, “immers in geheel Ierland, ja zelfs in de geheele Westelijke Wereld, tot aan Griekenland en Scythië en den Toren van Bregon23 en het eiland Gades, zijn er geen mannen, die de mannen van Ulster in hun woede kunnen weerstaan.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings