← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 20 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Daarna besloten de mannen van Erin, den Clan Calatin20 één voor één in een tweegevecht tegen Cuchulain te zenden. Nu was Calatin een toovenaar, en hij en zijn zeven en twintig zonen vormden als het ware slechts één wezen, daar de zonen organen van hun vader waren, en wat één van hen deed, deden allen eveneens. Zij waren allen vergiftig, zoodat ieder wapen, dat één van hen gebruikte, binnen negen dagen doodde, die daarmede even was aangeraakt. Toen dit veelvoudige wezen tegenover Cuchulain stond, wierp iedere hand tegelijkertijd een speer op hem af, maar Cuchulain ving de acht en twintig speren op zijn schild, en geen enkele daarvan deed een droppel bloed vloeien. Daarop trok hij zijn zwaard, om de speren weg te strijken, die steil uit zijn schild uitstaken, maar terwijl hij dit deed, stortte de Clan Calatin op hem af en sloeg hem ter neder, waarbij zijn gelaat op de steenen sloeg. Daarop gaf Cuchulain een luiden schreeuw van nood over den ongelijken strijd, en één van de ballingen van Ulster, Fiacha, de zoon van Firaba, die bij het leger van Maev was, en het gevecht gadesloeg, kon den ellendigen toestand van den kampioen niet langer aanzien, zoodat hij zijn zwaard trok en met één slag de acht en twintig handen afsloeg, die het gelaat van Cuchulain op de keisteenen der wadde duwden. Daarop stond Cuchulain op en hakte den Clan Calatin in stukken, zoodat geen enkele in leven bleef, om te verhalen wat Fiacha gedaan had; anders zoude hij met zijn drieduizend volgelingen uit den Clan Rury door Maev ter dood gebracht zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings