Note 19 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
De strooptocht had nu moeten ophouden, want het doel daarvan was bereikt, maar in dien tijd waren de troepen der vier zuidelijke provincies19 bijeengebracht onder Maev teneinde Ulster te plunderen, en Cuchulain bleef nog steeds de eenzame bewaker der moerassen. Ook hield Maev zich niet aan de afspraak, immers troepen van twintig krijgslieden tegelijk werden op hem losgelaten, en het kostte hem groote moeite zich te verdedigen. Nu geschiedt de merkwaardige episode van zijn strijd tegen de Morrigan. Een jonge vrouw, in een veelkleurigen mantel gekleed, verschijnt voor Cuchulain, en zegt hem, dat zij de dochter van een koning is, en dat zij aangetrokken is door de verhalen van zijn groote krijgsdaden en gekomen om hem haar liefde aan te bieden. Cuchulain vertelt haar op ruwe toon, dat hij vermoeid en uitgeput is door den oorlog en er geen lust in heeft zich met vrouwen af te geven. “Het zal u slecht gaan,” zeide daarop de maagd, “als gij met mannen zult te doen hebben, en ik zal mij als een aal aan uw voeten vasthechten, op den bodem der wadde.” Daarna verdween zij met haar wagen uit het gezicht en hij zag niets dan een kraai op den tak van een boom zitten, en wist, dat hij met de Morrigan had gesproken.