← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 13 — Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Den volgenden morgen ging de troep op weg onder aanvoering van Fergus mac Roy, en toen zij de grenzen van Ulster naderden, beval hij hen scherp toe te zien, dat niet Cuchulain van Murthemney, die de passen van Ulster in het zuiden bewaakte, hen onverwachts zou overvallen. Cuchulain en zijn vader Sualtam13 waren aan de grenzen der provincie, en Cuchulain vermoedde, door een waarschuwing, die Fergus hem had gezonden, dat een groot leger naderde en verzocht Sualtam noordelijk naar Emania te trekken en de mannen van Ulster te waarschuwen. Maar Cuchulain zelf wilde daar niet blijven, want hij zeide, dat hij een afspraak had met de kamenier van de vrouw van Laery den bodach (pachter), daarom ging hij het bosch in, en daar ging hij op één been staan en gebruikte slechts één hand en één oog, en sneed een eikenplantje af en draaide het in een cirkelvormig teentje van wilgenhout. Daarop sneed hij in Ogham letters, hoe het teentje gemaakt was, en hij plaatste het leger van Maev onder geise, dat zij die plaats niet mochten voorbijgaan, voordat één van hen onder dezelfde voorwaarden een dergelijk teentje had gemaakt; “en ik zonder mijn vriend Fergus mac Roy” uit, voegde hij er aan toe, en schreef zijn naam aan het uiteinde. Daarna plaatste hij het teentje rondom den steenen pilaar van Ardcullin, en ging op weg om aan zijn afspraak met de kamenier te voldoen.14

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings