Note 15 — Hoofdstuk IV. De Oude Milesische Koningen.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Wij zullen thans tot ons onderwerp terugkeeren en de lotgevallen van Conary, den achterkleinzoon van Etain volgen. Haar dochter, Etain Oig, huwde, zooals wij uit de genealogische tabel gezien hebben, met Cormac, den koning van Ulster. Zij baarde haar echtgenoot geen andere kinderen dan één meisje. Verbitterd door haar onvruchtbaarheid en door het feit, dat hem geen erfgenaam werd geboren, verstootte de koning Etain, en beval hij, dat haar dochter zou worden weggenomen en in een kuil zou worden geworpen. “Daarop brengen zijn twee slaven haar naar een kuil, en toen zij haar daarin legden, lachte zij hen vriendelijk toe”15. Daarna kunnen zij haar niet aan den dood prijs geven, maar brengen haar naar een koeherder van Eterskel, den koning van Tara, door wien zij wordt verpleegd en onderwezen “totdat zij een uitnemende borduurster was geworden, en er was in geheel Ierland geen koningsdochter, liever dan zij.” Vandaar dat zij den naam droeg van Messbuachalla, (“Messboo’hala”), wat beteekent “de pleegdochter van den koeherder.”