← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Note 1 — Hoofdstuk IV. De Oude Milesische Koningen.

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

De Milesiërs hadden drie aanvoerders, toen zij optrokken om Ierland te veroveren—Eber Donn (Bruine Eber), Eber Finn (Blonde Eber), en Eremon. Den eerstgenoemden van dezen, werd, zooals wij gezien hebben, niet toegestaan, het land binnen te treden—hij kwam om als straf voor zijn onbeschaamdheid. Zoodra de overwinning over het Volk van Dana vaststond, riepen de beide overgebleven broeders de beslissing in van den Druïde Amergin, in verband met hun wederzijdsche aanspraken op de oppermacht. Eremon was de oudste van beiden, maar Eber weigerde zich aan hem te onderwerpen. Zoo begint de Iersche geschiedenis met tweedracht en afgunst. Amergin besliste, dat het land aan Eremon zou toebehooren tijdens diens leven, maar na zijn dood op Eber zou overgaan. Eber weigerde echter zich aan deze beslissing te onderwerpen, en eischte een onmiddellijke verdeeling van het onlangs gewonnen gebied. Hierin werd toegestemd, en Eber nam de zuidelijke helft van Ierland, “van de Boyne tot aan de Golf van Cleena”,1 terwijl Eremon de noordelijke helft in het bezit kreeg. Maar zelfs toen konden de broeders niet in vrede leven, en na korten tijd brak de oorlog tusschen hen uit. Eber sneuvelde, en Eremon werd alleen koning van Ierland, dat hij bestuurde van Tara uit, den traditioneelen zetel van dat centrale gezag, dat altijd een droom was van den Ierschen geest, maar dat nooit in de Iersche geschiedenis werd verwezenlijkt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings