Note 134 — TOELICHTINGEN.
Reading edition
De Japanners telden den tijd naar het stelsel der cyclen van vijfmaal twaalf jaar, elk jaar genaamd naar een der Tekenen van den Direnriem, dat ze aan de Chinezen hebben ontleend, die het gemeen hadden of kregen met de Babyloniërs, toen de eersten als de Po-Sin (de Honderd Geslachten) van uit Mesopotamië trekkend, China veroverden, maar:
1o. Hun jaartelling, nu in den 75en cyclus, ruim 4500 jaar, is in zoover al verouderd, dat ze niet meer rekenen van af een mytologies begin der wereld, doch met getallen van geologen en darwinianen.
2o. Hun vroeger Niewjaar is van half Februari of Maart op 1 Januari gesteld.
3o. In plaats van een officiële rustdag om de vijf dagen,—niet voor het volk, dat als vaste rustdag alléén Niewjaar kende—hebben zij nu den christeliken Zondag om de zes dagen.
4o. Sinds 1873 vervangt de gregoriaanse kalender de babylonise.
5o. Zij hebben het stelsel aanvaard van den internaatsionalen spoorweg-zonetijd, waarop weldra logies de invoering ener pannaatsionale jaartelling, het begin van een niwe Era volgen moet.
6o. Zij weten als wij, dat reeds in 1792 de Fransen één jaartelling wilden brengen aan alle Volken der Aarde, sinds Jaar 1 van de Republiek. ↑