← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 4 — Van Gaiserik tot Odovacar.

Reading edition

In 455, het 27e van de 49 jaar zijner regeering, verzamelde Gaiserik een vloot (wellicht uitgenoodigd door keizerin Eudoxia) en zette een troep van zijn Vandalen en Mooren bij den mond van den Tiber aan land4. Rome was zonder verdediging. Er waren geen georganiseerde strijdkrachten en de geheele stad was in rep en roer. Toen Maximus, de opvolger van den vermoorden Valentinianus, trachtte te vluchten, werd hij gedood door het gepeupel; zijn lichaam werd in stukken gerukt en in den Tiber geworpen; en toen drie dagen later de Vandalen en hun Afrikaansche hulptroepen de poorten naderden, vonden zij geen wanhopige bevolking, die besloten was haar haardsteden te verdedigen, en evenmin een phalanx van geoefende soldaten, maar een aantal ongewapende priesters aangevoerd door een eerwaardigen bisschop—denzelfden Leo, die drie jaren tevoren den woesten Attila getrotseerd had bij den oever van den Lacus Benacus. Men zegt dat Gaiserik eerbiedig heeft geluisterd naar de waardige, onbeschroomde en welsprekende taal van Leo en beloofd heeft de gebouwen van Rome te ontzien en de Romeinen, wanneer zij geen weerstand boden, te sparen. Maar zulk een wonder als in het geval van Attila gebeurde niet; geen bovennatuurlijke invloed bewerkte, dat Gaiserik zijn Vandalen naar hun schepen terugriep en naar Sicilië of Carthago voer; hij gaf toestemming om te plunderen en in de volgende veertien dagen werden alle vervoerbare schatten van Rome naar de schepen gesleept, die aan den mond van den Tiber lagen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings