Note 10 — tot c. 1320.
Reading edition
Voor de feiten, die in verband staan met Dante’s ballingschap zie men p. 445. Tien jaar tevoren was hij met Gemma getrouwd, waarschijnlijk een zuster van Corso Donati, den leider van de Ultra-Welfen. Ofschoon Dante den naam van zijn vrouw nergens vermeldt, koesterde hij blijkbaar groote genegenheid voor Piccarda, Corso’s zuster die hij in het Paradijs ontmoet en ook voor Forese, den broeder van Corso, ofschoon hij hem wegens zijn gulzigheid in het Purgatorium verschrikkelijk straft. “Om de oogen waren allen hol, en donkerbleek van gezicht en zoo uitgehongerd, dat de huid zich naar hun knoken scheen gevormd te hebben”. Purgat. XXIII, 22–24.