Note 8 — tot c. 1320.
Reading edition
Andere Toskaansche steden, die een tijdlang de anti-republikeinsche zaak begunstigden, waren Arezzo, Siena en S. Gimignano. De hulp, die Arezzo aan de verbannen Ghibellijnen verleend had, was voor de Florentijnen een reden om in 1289 de Aretijnen aan te vallen, en zij versloegen hen bij Campaldino. Aan dezen slag nam Dante, die toen vier en twintig jaar oud was, deel, zooals hij ons vertelt8 in een fragment van een zijner brieven, dat nog over is. “Ik was daar”, zegt hij, “een nieuweling in de wapenen en eerst beving mij groote vrees, doch later groote blijdschap”. Een stad van nog sterker Ghibellijnsche gezindheid was in den beginne Siena, dat, zooals wij zagen, zulk een krachtdadige hulp bracht aan de Florentijnsche bannelingen in den slag bij Montaperti. Maar tien jaar later verwisselde Siena van politiek. Door den invloed van Karel van Anjou, die na den dood van Manfred zich meester maakte van de meeste der Toskaansche steden, sloot Siena zich aan bij het Welfsche verbond, en het bleef geheel onafhankelijk en republikeinsch tot veel later tijd, c. 1490, toen Pandulf zijn Signoria over die stad vestigde. Het lot van S. Gimignano was geheel anders. Reeds vroeg werd het een volkomen onafhankelijke Republiek, die neiging vertoonde het republikeinsche Florence te steunen. Dante bracht het, omstreeks 1300, een bezoek als gezant van Florence, en heeft, naar men zegt, een redevoering gehouden in de zaal, die nu Sala di Dante heet; maar ondanks zijn welsprekendheid werd de democratische vrijheid gefnuikt door de partijtwisten van den plaatselijken adel, vooral door de veete tusschen de Ghibellijnsche Salvucci en de Ardinghelle9. Ten slotte was Florence omstreeks 1353 in staat, door de medewerking van de Welfsche Ardinghelli, het protectoraat over S. Gimignano af te kondigen.