Note 5 — tot c. 1320.
Reading edition
De gilden waren de grondslag van den regeeringsvorm, die thans door de volkspartij werd aanvaard. Er waren van deze gilden (Arti) zeven groote en vijf (later veertien) kleinere5. Aan het hoofd van elk gild stond een raad, een voorzitter of Consul en een militaire ambtenaar, de Gonfaloniere (banierdrager). Deze vormden de voornaamste overheden van de volksregeering. De consuls maakten evenwel een tijdlang plaats voor “Anziani”6 en in het jaar van den Siciliaanschen Vesper (1282) veranderde die titel in dien van Priori. Drie, later zes Priori van de groote gilden werden bekleed met het hoogste gezag in de Republiek en vormden de uitvoerende Signoria. Omstreeks den tijd van Dante’s Prioraat (1300) was een Gonfaloniere della Giustizia met de Priori verbonden. Deze ambtenaar bezat in tijden van oproer en onlusten bijna dictatoriale macht en was dus somtijds de gewichtigste persoon in den staat.