Note 24 — tot c. 1200.
Reading edition
Onder Bonifacius († 1052), zijn weduwe Beatrice († 1076) en hun dochter Mathilde († 1115) werd Florence een belangrijk handelscentrum en breidde zich uit buiten de cerchia antica van haar oude muren, waarbinnen nog in de dagen van Dante de klokken den Florentijnen de uren verkondden24. Dit was de Gouden Eeuw van Florence, die met zoo groote liefde door den ouden Cacciaguida in den Paradiso25 wordt beschreven. De stad was wat haar gezindheid betrof geheel Welfsch, en de ellendige inwendige veeten waren nog niet binnengedrongen. Mannen en vrouwen leidden het eenvoudige leven van den heldentijd. Zij konden nog aan iets hoogers denken dan aan het vermoorden van hun medeburgers. Cacciaguida zelf, zooals wij reeds weten, gordde het zwaard van kruisvaarder aan en volgde Keizer Koenraad III naar het oosten, waar hij in den strijd tegen de ongeloovigen werd gedood, “ontzwachteld uit de bedriegelijke wereld”, om zijn eigen vreemde uitdrukking26 te gebruiken. En wij vernemen, hoe een andere Florentijnsche kruisvaarder, een lid van het edele geslacht der Pazzi, uit Jeruzalem stukken van het Heilige Graf meebracht, waaruit de bisschop in tegenwoordigheid van een opgewonden menigte vuur sloeg om daarmede de kaarsen op het hoogaltaar aan te steken—een feit, dat nog steeds met Paschen herdacht wordt door de plechtigheid van de witte duif, de columbina della casa de’ Pazzi, die hetzelfde heilige, altijd brandende vuur van het altaar van den Duomo brengt om het vuurwerk van den carro de’ Pazzi op de Piazza te ontsteken.