Note 12 — tot c. 1200.
Reading edition
Men zegt, dat Doge Selvo, wiens regeering van dertien jaren zulk een droevig einde nam, de nieuwe S. Marco met vele kostbare marmeren beelden en Byzantijnsche mozaïeken heeft versierd, zooals hij ook gedaan had met de S. Giacomo di Rialto12. Doge Orseolo I begon kort na den brand van 976 misschien een nieuw gebouw volgens het plan van de oude kerk van de Heilige Apostelen te Constantinopel, maar of het gebouw van Orseolo vernield is door een anderen brand of nooit is voltooid en weder is afgebroken, weten wij niet. In ieder geval neemt men gewoonlijk aan, dat de herbouw van de S. Marco in Byzantijnschen stijl omstreeks 1065, kort voor de regeering van Selvo, begonnen is. (Dat de overblijfselen van de oude gedenk-kapel en van de nog oudere kerk van S. Teodoro voor het nieuwe gebouw gebruikt zijn, wordt bewezen door het feit, dat ongeveer dertig jaren geleden gedeelten van deze kerken in het tegenwoordige gebouw gevonden werden). In 1094 was de nieuwe, prachtige kerk gereed om ingewijd te worden; maar na den grooten brand van 976 was het stoffelijk overschot van den H. Marcus verdwenen, blijkbaar door de vlammen vernield. De merkwaardige geschiedenis van zijn gelukkige redding, de miraculeuze wijze, waarop hij zichzelf door den geur en het uitstrekken van een hand met den gouden ring openbaarde, behoeft hier niet verteld te worden. Diegene van ons, die niet dadelijk bereid mochten zijn de legende aan te nemen, zooals deze door de Venetiaansche kunstenaars wordt voorgesteld, kunnen misschien overtuigd worden door de mededeeling dat in 1811 het lichaam van den Heilige13, of hetgeen als zoodanig dienst moest doen, ontdekt werd in de crypte van de kerk en dat aan den vinger de beroemde gouden ring werd gevonden en niet ver daarvandaan een metalen plaat, waarop de datum (8 October 1094) en de naam van Selvo’s opvolger, Doge Vitale Falieri gegraveerd was.