Note 9 — tot c. 1200.
Reading edition
Een vluchtige schets van de geschiedenis van Venetië, of juister Venetia, van den eersten oorsprong tot de dagen van Karel den Groote is reeds vroeger gegeven in het derde deel (hfdst. III). Wij zullen hier nog iets uit de annalen vertellen van de daarop volgende periode tot de dertiende eeuw. Men zal zich herinneren, dat de vergeefsche pogingen van Pepijn, den zoon van Karel den Groote, om de Venetianen te overwinnen, ten gevolge hadden, dat er een nieuwe hoofdstad gesticht werd op de oevers van den Rivoalto, een plaats, die onneembaar gebleken was. De aanvoerder van de dappere eilanders, die den aanval van den Frankischen indringer hadden afgeslagen, werd tot Doge gekozen (811). Deze nu, Agnello Partecipazio, was de eerste Doge van Venetië, ofschoon er wel tien Doges van Venetia Maritima waren geweest, van welke de eerste, Anafesto, reeds in 697 was gekozen. In 813 werd de zetel der regeering plechtig naar den Rivoalto overgebracht. Hier, op den westelijken oever van den “Diepen Stroom”, op de plaats waar later, in 1173, de eerste houten Rialto-brug gebouwd werd, was drie of vier eeuwen lang de marktplaats geweest van deze eilandbewoners, de Campo di Rialto, en hier was in 421, zooals de overlevering verhaalt, hun eerste kerk, de S. Giacomo, verrezen9. Op den oostelijken oever van den Rivo Alto stond midden in een grasrijk veld, de Broglio of Brolo geheeten, de oude kerk van S. Teodore, den eersten beschermheilige van Venetië, die ongeveer drie eeuwen voor de dagen van Partecipazio, (wanneer de annalen waarheid spreken), was opgericht door Byzantijnsche bouwmeesters, die door Narses uit Constantinopel ontboden waren (zie p. 255). Dicht bij deze kerk werd weldra, misschien door den zoon en opvolger van Partecipazio, het oorspronkelijke Paleis van de Doges10 gebouwd. Ook verrees nu de oorspronkelijke kerk van S. Zaccaria, om het vermeende stoffelijke overschot van den vader van Johannes den Dooper11 te ontvangen en als begraafplaats van de oudste Doges te dienen.