Note 21 — tot c. 1200.
Reading edition
Dante was overtuigd dat hij van Romeinsche afkomst was. Het is waarschijnlijk, dat zijn geslacht (Alighieri) afstamde van de Romeinsche Frangipani van later dagen. In de Divina Commedia (Inferno XV, 61) laat hij zijn ouden leermeester Brunetto Latini met minachting en haat spreken over de bestie Fiesolane, “dat ondankbaar en kwaadwillig volk, dat in vroeger dagen van Fiesole nederdaalde” en twist en andere ellende in Florence bracht. In den Paradiso spreekt Justinianus over den Romeinschen adelaar, die verderf bracht over den heuvel, aan welks voet Dante was geboren.