Note 1 — St. Benedictus.
Reading edition
Cassiodorus stichtte een kluis voor eenzamen en een kloostergemeenschap, wier leden hun tijd wijdden aan godsdienstoefeningen, contemplatie en intellectueel werk. In de Benedictijner-kloosters werd handenarbeid als noodzakelijker beschouwd dan intellectueele arbeid, doch overigens is het groote verschil, dat er tusschen Benedictus en Cassiodorus als stichters bestaat, niet terstond duidelijk. Maar Benedictus was niet alleen de oprichter van kloosters; hij was de stichter van de eerste groote monnikenorde van het westersche Christendom en is de “patriarch” van vier andere belangrijke Benedictijner Orden.1 Of de oprichting van monnikenorden, welke in hetzelfde jaar plaats vond, waarin Justinianus de laatste philosophen uit Athene verdreef, een zegen voor het menschdom was of niet, behoeft hier niet besproken worden. Dat het, zoowel ten goede als ten kwade, op de evolutie van de Europeesche beschaving van grooten invloed is geweest, is ontwijfelbaar en dit verleent een bijzondere waarde aan de feiten, die samenhangen met de stichting van de Orde, die zoo snel bijna alle groepen van monniken in West-Europa in haar organisatie opnam2 en die, als wij de vroege, half georganiseerde Augustijnen uitzonderen, gedurende zeven eeuwen,—dus tot den tijd van St. Franciscus en St. Dominicus—de eenige Orde van het westersche Christendom was.