Note 4 — De schrijvers.
Reading edition
De Historia Getarum, in twaalf boeken, is geschreven om de voorouders van Theoderik te verheerlijken. Cassiodorus geloofde ten onrechte, dat de Goten tot hetzelfde ras behoorden als de Thracische Getae. Hij beschouwde Zalmoxis4, den God van de Getae, als stamvader van de Amali en de Amazonen als oude Gotische heldinnen. Deze Historia is niet meer over, maar wij bezitten er een uittreksel van, geschreven door Jordanes, die, naar men zeide, tot de koninklijke familie van de Amali behoorde. Hij schijnt dat omstreeks het jaar 551 te hebben gemaakt, dus lang voor den dood van Cassiodorus te Constantinopel, en als wij Jordanes zelf mogen gelooven, was zijn arbeid een merkwaardige krachtproef van het geheugen, of het moet een voortbrengsel zijn van een zeer vruchtbare verbeelding, want hij vertelt ons, dat hij het oorspronkelijke werk (twaalf deelen!) niet langer dan drie dagen in handen heeft gehad. Jordanes toont natuurlijk in zijn Getica groote bewondering voor zijn Gotisch volk, maar deelt in de geestdrift van Cassiodorus en zijn koninklijken meester voor Romeinsche beschaving en in de hoop om een fusie van de twee volkeren te zien.