Note 17 — De Donkere eeuwen.
Reading edition
Stephanus genoot niet lang van zijn triomf. Het toeval, zegt Gregorovius, dat somtijds de taak van de Voorzienigheid op zich neemt en wonderen doet, wanneer de heiligen machteloos zijn, wilde, dat kort na de Synode van Verschrikking, terwijl het lijk van Formosus nog door de golven van den Tiber werd voortgewenteld, de oude basiliek van het Lateraan plotseling door een aardbeving werd geschud en instortte. Door het gekraak van de neervallende kerk werd Paus Stephanus, die daar dicht bij in het Patriarchium woonde, opgeschrikt uit zijn sombere overpeinzingen van het verleden, en hem moest de donder van de instorting der oude kerk van het Romeinsche Christendom wel een voorteeken toeschijnen van het lot van het Pausdom en de verdoeming, die hijzelf weldra zou ondergaan. In hetzelfde jaar stond het Romeinsche gepeupel op tegen Keizer Lambertus en zijn pauselijken bondgenoot. Stephanus werd gevangen genomen, beroofd van zijn pontificale gewaden, gekleed in een monnikspij, en naar een klooster gezonden, waar hij kort daarna werd geworgd17. Een van zijn opvolgers, Theodorus, gaf, ofschoon hij zelf slechts twintig dagen paus was, een eervolle begrafenis aan het ellendige, geschonden lijk van Formosus, dat door Romeinsche visschers gevonden was, en Liudprand verzekert ons, dat hij dikwijls door vrome menschen in Rome had hooren vertellen, dat, toen het lijk in de St. Pieter werd gedragen, sommige figuren van heiligen het met eerbied begroetten,—misschien de heiligen op de schilderijen of mozaiëken, waarmede Formosus zelf de kerk of de crypte had laten versieren.