← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 7 — De Donkere eeuwen.

Reading edition

Zelfs indien wij deze verzekering aannemen en toegeven, dat er geleerde Grieken te Rome waren, en bibliotheken en vele oude handschriften, die later zijn verdwenen, dan zijn wij toch gedwongen er bij te voegen, dat het bestaan van scholen en geleerdheid in de hoofdstad van het Christendom de onzedelijkheid, het bijgeloof en de wreedheid, die daar toen heerschten, des te feller doen uitkomen. En dat de toestand zoodanig was, is niet moeilijk te bewijzen. Zooals Gregorovius terecht zegt, leefden Pausen, geestelijken, edelen en het volk in een toestand van barbaarschheid, die bijna onbegrijpelijk is, en Rome had zich niet slechts diep vernederd tegenover het Christendom en de wetenschap van Gallië, Brittannië, Duitschland en Byzantium, maar ook tegenover die Arabische Muzelmannen, die wel de Campagna verwoestten en de altaren van de heiligen ontwijdden en plunderden, maar toch het licht van de wetenschap—van wiskunde, wijsbegeerte, geneeskunde en sterrekunde—van Bagdad naar Alexandrië, van Alexandrië naar Sevilla verspreidden7. En ofschoon Rome zelf zich van die vernedering misschien niet bewust was, aan de buitenwereld was het bekend genoeg. De minachting, die de Byzantijnen voor de Romeinen gevoelden, blijkt ten duidelijkste uit de smadelijke woorden van Keizer Michael, die in zijn brief aan Paus Nicolaas I (c. 860) hun taal8 een taal van barbaren en Scythen noemt; en de hoonende schimpwoorden, waarmede de bisschoppen van de Gallische Kerk, die in 900 ongeveer te Reims vergaderd waren, de ongeletterde geestelijkheid van Rome en den Paus zelf aanvielen, geven ongetwijfeld het algemeene gevoelen van de noordelijke Christenen goed weer. En zeker rijst Rome en het Pausdom niet in onze achting, wanneer wij vernemen, dat deze smaadrede door den pauselijken gezant beantwoord werd met de verzekering, dat God in den beginne den eenvoudige en ongeletterde had uitverkoren om de wijsheid van de wereld te vernietigen en dat de Vicarissen van den H. Petrus en hun discipelen “niet behoefden vetgemest te worden aan den trog van Plato, Vergilius, Terentius of een ander dergelijk philosophisch varken”. Maar een paar schetsen van hetgeen in Rome gedurende deze Donkere Eeuwen werkelijk gebeurd is, zullen beter in staat zijn ons een indruk te geven, hoe het met den godsdienst, zedelijkheid en menschelijkheid gesteld was.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings