Note 3 — De Barbaren.
Reading edition
In dezen tijd bestond de Gotische natie uit Oost-Goten, West-Goten en die Gepiden,3 die later de streken van Dacië en Pannonië zullen bezetten, wanneer deze zijn verlaten door de Goten, die verder trekken. De West-Goten kwamen natuurlijk het eerst in botsing met de Romeinen in Dacië. Na de nederlaag en den dood van Decius werd een vastberaden aanval tegen deze West-Goten gedaan door Keizer Claudius II, wiens “litera laureata” aan den Romeinsche Senaat berichtte, dat hij 320.000 van hen had verslagen en 2000 van hun schepen had vernield; hij ontving van den Senaat den titel Goticus; maar toch vond zijn opvolger, Aurelianus het twee jaar later (272) noodzakelijk de provincie aan de barbaren over te geven, die daar een zeer merkwaardig rijk grondvestten—een complex van de drie groote Gotische Koninkrijken. In het noorden (Hongarije) waren de Gepiden, in het oosten (Moldavië en Bess-Arabië) de Oost-Goten, en in zuidelijk Dacië (Roemenië) de West-Goten.