Note 1 — De Barbaren.
Reading edition
Caesar versloeg ook de Germanen onder Ariovistus en joeg hem over den Rijn; maar hij onthield zich wijselijk van een poging om Germanië te veroveren en nam den Rijn als oostelijke grens van het Romeinsche gebied aan. Drusus, de stiefzoon van Augustus, voerde oorlog in het midden van Germanië en bereikte zelfs de Elbe; maar ongeveer achttien jaar later (9 n. Chr.) werd een Romeinsch leger van drie legioenen onder Varus vernietigd door de Germanen onder Arminius (Hermann, leger-man) in den slag van het Teutoburgerwoud en ofschoon een andere keizerlijke prins, Germanicus, erin slaagde het Romeinsche gezag te herstellen door het grootste gedeelte van het gebied weer te veroveren, werd hij teruggeroepen door de afgunst van zijn oom Tiberius, en er werd geen verdere poging gewaagd om Germanië bij het keizerrijk in te lijven. Behalve de tijdelijke annexatie van Dacië werd de politiek van Augustus na de nederlaag van Varus voortgezet door zijn opvolgers en de natuurlijke grenzen, de Rijn en de Donau, versterkt door uitstekende vestingen1, bleken een ondoordringbaar bolwerk te zijn gedurende ongeveer 250 jaar,—totdat die noodlottige toestemming om den Donau over te steken aan geweldige massa’s van West-Goten werd gegeven, welke leidde tot de ramp bij Hadrianopolis in 378.