Note 20 — Christendom en Heidendom.
Reading edition
Zijn enthusiasme voor de oude helden bracht Julianus er toe Alexander den Groote na te volgen, zooals hij ook reeds beproefd had de daden van Caesar in Gallië na te volgen20. Sinds den tijd van Keizer Alexander Severus (c. 226) had Perzië onder haar koningen uit de Sassaniden-dynastie den Romeinen steeds grooten last veroorzaakt. De tegenwoordige monarch, Sapor (Shapur) II, was de negende van die groote dynastie. Hij had reeds langer dan een halve eeuw geregeerd21 en bleef in leven tot het vierde jaar van Theodosius’ regeering, zoodat hij zes Keizers op den troon van het Oosten zag opvolgen. Hij had Constantius en de keizerlijke troepen uit Mesopotamië verdreven en dreigde hen uit Azië te jagen. De veldtocht van Julianus tegen Sapor, waar uitgebreide toebereidselen voor waren gemaakt, eindigde, zooals wij zagen, met zijn dood, en bijna met de vernietiging van zijn leger. Hoe Jovianus er in slaagde het overschot te redden door een roemloozen en ellendigen terugtocht, hoe hij gedurende zijn korte regeering de luide toejuichingen verwierf van al zijn Christelijke onderdanen door de herstelling van hun godsdienst, en de dankbaarheid van de anti-Aranen door Athanasius weder op den patriarchalen troon van Alexandrië te plaatsen, is vroeger verteld (p. 5).