Note 15 — Christendom en Heidendom.
Reading edition
Sommige van de diepzinniger leerstellingen van het Athanasische Christendom, zooals die, welke betrekking hebben op de Drieëenheid en den Logos, hebben een merkwaardige verwantschap met de leer van oud-Grieksche philosophen—Pythagoras en Plato b.v.—hetzij, omdat gelijke gedachtenvormen voortspruiten uit de diepere instinkten en overtuigingen van de menschelijke natuur, hetzij, omdat de Christelijke theologen vormen overnamen, die een duidelijke weergave waren van hun Godsbegrip. De geboorteplaats van het Neoplatonisme was Alexandrië, de stad van Athanasius en Arius. Een eeuw voor hen legde Plotinus de grondslagen voor dit systeem van denken, dat door hem en zijn beroemden leerling Porphyrius op een onderbouw van Platonische en Pythagoreïsche beginselen was opgetrokken om een philosophische theorie te vormen, die de Kerk vijandig was. Door hen en andere leeraren van dezelfde school werd het Neoplatonisme naar Rome en Athene gebracht, waar het snel wortel schoot en een ernstig gevaar werd voor het Christendom. Theodosius verbrandde in het openbaar Porphyrius’ bekende verhandeling tegen den Christelijken Godsdienst; maar de verderfelijke leer groeide voort, totdat in 529 Justinianus haar uitroeide door de scholen van Grieksche philosophie op te heffen. Neoplatonisme, zooals het door Plotinus wordt geleerd, ontleent, ofschoon hij die verkeerd heeft begrepen15, de fantastische beschrijving van het menschelijke lichaam als de gevangenis van de ziel aan Plato’s Phaedo. De verachting en afschuw, die deze valsche Platonisten voelden voor hetgeen St. Franciscus zoo hartelijk “broeder ezel” heeft genoemd, hadden zonder twijfel, onder invloed van een op oostersche wijze overprikkelden toestand, het krankzinnige Egyptische en Aziatische ascetisme ten gevolge—een resultaat, veel verderfelijker dan eenig ander, dat bereikt werd door de bittere vijandschap van hen, die, zooals Julianus Apostata, openlijk het Christendom aanvielen of zelfs van die latere Neoplatonisten, die een nieuw Evangelie verkondigden, terwijl zij Pythagoras zelf als den Antichrist voorstelden.