Note 5 — Christendom en Heidendom.
Reading edition
Maar het is moeilijk te zeggen of Constantijn in dezen tijd—of zelfs wel ooit—oprecht de Christelijke leer als de eenige ware heeft aangenomen en openlijk afgekondigd. Dat hij de eischen van de Katholieke Orthodoxie niet heeft ingewilligd is zeker. Het verhaal dat hij en zijn zoon Crispus gedoopt zijn door Bisschop Silvester in de Lateraan-kerk voor hun veldtocht (in 323) tegen Licinius en de inneming van Constantinopel—deze doop is het onderwerp van een der fresco’s van het Vatikaan—is niet geloofwaardig; het ontstond zonder twijfel tegelijkertijd met het nog beroemder verhaal van Constantijn’s bekende gift aan Silvester, waarover men meer zal hooren, als wij den tijd van Karel den Groote behandelen. Bovendien schijnt het vast te staan dat hij op het einde van zijn leven Arius zelf in het oog loopend begunstigde en dat hij den doop ontving op zijn sterfbed, uit de handen van een Ariaansch prelaat, Eusebius van Nicomedia, die verbannen was, toen het Concilie van Nicaea het Arianisme veroordeelde, maar was teruggeroepen en door den Keizer was gerehabiliteerd. Te midden van zoovele tegenstrijdige verhalen is het onmogelijk de waarheid te vinden. Er wordt ook verteld dat Constantijn zijn Christelijke onderdanen zeer gunstig gestemd was; dat hij de kruisiging uit eerbied voor Christus afschafte; dat hij kort na zijn overwinning op Maxentius het beroemde Edict van Milaan uitvaardigde, waarbij de Christelijke leer als Staatsgodsdienst werd erkend; dat hij ijverig deelnam aan de kerkelijke discussies en zelfs preekte over de meest diepzinnige theologische onderwerpen5; dat hij af liet kondigen, dat noch zijn persoon noch zijn beeld ooit in tempels mocht worden vereerd; dat hij medailles, schilderijen en munten (waarvan eenige over zijn) liet maken, die hem, met den Christelijken standaard, in een devote en smeekende houding voor symbolen van den Christelijken godsdienst, voorstellen; dat hij menig heidensch Romeinsch senator beleedigde door te weigeren aan een processie ter eere van Jupiter Capitolinus deel te nemen; dat hij het Concilie bijeen riep, hetwelk onzen godsdienst omschreef; dat ten slotte zijn standbeeld in Rome hem voorstelt met een kruis in de hand, waaraan hij, volgens de inscriptie, zijn overwinningen dankte.